Rekening houden met andere weggebruikers, je plaats vinden in het verkeer, zichtbaar zijn…: fietsen in de stad vraagt enige aanpassing, zeker voor het niet gewoon is. Onderstaande tips helpen je op weg.
Natuurlijk hou je je aan de verkeersregels. Je gebruikt het fietspad waar nodig, en bent hoffelijk. Voetgangers én bussen of trams hebben voorrang.
Als fietser moet je zelf duidelijk je plaats innemen. Dat houdt in dat je je wapent tegen de onvoorzichtigheid van anderen. Voorzie een minimumafstand van 1 meter van geparkeerde wagens, om te vermijden dat je verrast wordt door openzwaaiende portieren of automobilisten die hun parkeerplaats verlaten.
Als je links wil afslaan, steek je arm uit voor je aan het kruispunt bent. Opnieuw: neem duidelijk je plaats in: door meer naar het midden van de weg te rijden, geef je duidelijk aan dat je wil afslaan.Op kruispunten met verkeerslichten vind je vaak een opstelvak voor fietsers. Je kan dan vóór de wagens staan, waardoor je zichtbaarder bent.
Let op de dode hoek: het deel opzij en achter het voertuig dat niet te zien is in de achteruitkijkspiegel. Dat is vooral een gevaar bij grote voertuigen als bussen, bestelwagens, vrachtwagens… Haal dit type voertuigen nooit rechts in om te vermijden dat je, als het voertuig rechts afslaat, onder de wielen terecht komt.
De belangrijkste veiligheidsregel van allemaal is: zorgen dat je zichtbaar bent op de weg!
Via oogcontact kan je je ervan vergewissen dat andere bestuurders je gezien hebben. Een must.
De Blue-bike is een goed zichtbare fiets met goed werkende verlichting en reglementaire reflectoren, voor een gegarandeerde zichtbaarheid in het verkeer. Eventueel kan je zelf wel opteren voor nog bijkomende verlichting die je op je kledij of rugzak kan vastmaken.
Download hier de flyer “Veilig op de fiets, geen probleem! Praktische tips voor stadsfietsers”.